Inclusief onderwijs in Congo

Inclusieve educatie

Inclusief onderwijs in Congo

Naar schatting gaat in ontwikkelingslanden slechts 10 procent van alle kinderen met een beperking naar school omdat de onderwijsstructuren niet aangepast zijn aan hun bijzondere noden. Sinds 2013 beheert Licht voor de Wereld, in Lubumbashi, een programma Inclusief Onderwijs voor kinderen met een visuele beperking. Frédéric Ilunga is verantwoordelijke voor het programma en vertelt ons hoe de vork in de steel zit.

Welke opleiding heb je gevolgd, wat was je leertraject?

Fréderic: “Ik studeerde pedagogiek aan het ‘Institut Supérieur Pédagogique’ van Lubumbashi.

Ik gaf negen jaar biologieles in een secundaire school. En ik was zes jaar lang maatschappelijk assistent in een opvangcentrum voor straatkinderen van de Salesianen van Don Bosco,

Nadien volgde ik een opleiding in ‘low vision’ en werkte gedurende twee jaar bij het Nuru Instituut voor blinde en slechtziende kinderen. Licht voor de Wereld steunt Nuru sinds 2003. In 2014 stelde Licht voor de Wereld me aan als verantwoordelijke voor het Inclusief Onderwijsproject voor slechtziende kinderen.”

Waarom gaan zoveel kinderen met een visuele beperking niet naar school?

Fréderic: “In DRC moet voor het onderwijs, ongeacht het niveau, worden betaald. De ouders beschikken dikwijls niet over voldoende middelen om al hun kinderen naar school te sturen. Ze geven dan de voorkeur aan hun ziende kinderen want ze denken dat investeren in de opleiding van kinderen met een visuele beperking niet loont. Vooral omdat ze ondervinden dat er voor deze kinderen geen plaats in de samenleving is weggelegd.”

Hoe verloopt de opsporing van kinderen met een visuele beperking?

Fréderic: “Wij organiseren opsporing, in drie stappen, om meer kinderen met een visuele beperking in het district van Lubumbashi te bereiken:

  • Voorselectie: wij maken de kinderen attent op de kenmerken van slechtziendheid en stellen een lijst op van kinderen die tekenen van slechtziendheid vertonen.
  • Opsporing: samen met een medisch team van het Sainte-Yvonne oogziekenhuis onderzoeken we de voorgeselecteerde kinderen en verstrekken, indien nodig, basisoogzorg. Kinderen bij wie we ernstige symptomen van slechtziendheid vaststellen, verwijzen we door naar het ziekenhuis voor een grondig onderzoek en een behandeling.
  • Opvolging: wij stellen een rapport op voor de follow-up van de naar het ziekenhuis doorverwezen kinderen en voor hun integratie in het begeleidingsprogramma van de Cel Inclusief Onderwijs.”

 

In welke gevallen kunnen kinderen met een visuele beperking in het ‘gewoon’ onderwijs worden geïntegreerd/gere-integreerd?

Frédéric en een leerling

Frédéric helpt een slechtziende leerling in Lubumbashi. (Foto: LftW)

Fréderic: “Voor slechtziende kinderen verloopt deze integratie redelijk vlot. De moeilijkheden die gepaard gaan met hun visuele beperking staan in het gepersonaliseerd interventieplan en de klasleerkrachten worden goed voorbereid door ons.

Blinde kinderen dienen eerst het brailleschrift onder de knie te hebben en moeten meestal ook een opleiding ‘Mobiliteit en Oriëntatie’ en ‘Algemene Dagelijkse Levensvaardigheden’ volgen. De leerlingen worden nadien permanent door een ‘reizende leerkracht’ opgevolgd (vb. cursussen in brailleschrift omzetten). De beste ratio voor de begeleiding van blinde kinderen is één leerkracht voor één leerling.”

Wat is de rol van een ‘reizende leerkracht’ en wat is het verschil met de rol van een klasleerkracht?

Fréderic: “De ‘reizende leerkracht’ krijgt een opleiding in de algemene pedagogie en specialiseert zich in de pedagogische begeleiding van kinderen met een beperking.

Hij of zij ondersteunt de klasleerkracht van het kind met een beperking bij de begeleiding tijdens en na de les. Samen met de ouders, de school, het medisch personeel en andere betrokken actoren zorgt hij of zij voor de uitwerking, de toepassing en de follow-up van het gepersonaliseerd interventieplan. Het doel van dit plan is dat de kinderen in de beste omstandigheden aan het onderwijs kunnen deelnemen. Het is ook het sleutelelement van hun sociaalpedagogische opvang.”

Wat zijn de oplossingen voor de kinderen die niet kunnen geïntegreerd worden?

Fréderic: “Kinderen die door hun visuele beperking een leerachterstand hebben opgelopen, kunnen terecht in gespecialiseerde scholen of informeel onderwijs. Hier wordt specifiek gefocust op het bijwerken van de achterstand.

Wij ijveren voor een inclusieve samenleving. Kinderen met een beperking opnemen in gespecialiseerde scholen moet het laatste redmiddel blijven. Deze scholen moeten ook leermiddelencentra oprichten om de kinderen, en dan vooral de blinde kinderen, voor te bereiden op hun integratie in ‘gewone’ scholen.

Voor de uitzonderlijke gevallen zijn wij voorstander van gespecialiseerde scholen waar ook kinderen zonder beperking schoollopen. Zo vermijden we dat kinderen met een beperking opgroeien in sociale afzondering en geconfronteerd worden met alle vooroordelen die gepaard gaan met stigmatisering.”

Is de balans van het programma tot nu toe positief?

Fréderic: “Ongetwijfeld. In 2014 zijn we gestart met 25 kinderen en nu zijn er 180 leerlingen die schoollopen in inclusieve klassen!

Na een wat aarzelend begin hebben wij nu heel wat ervaring opgedaan inzake begeleiding van onze doelgroep en samenwerking met alle partners.

Het begrip Inclusief onderwijs wordt meer en meer een gevestigde waarde in onze provincie. Dankzij ons pleidooi bij de overheidsinstanties bevoegd voor onderwijs zullen wij ongetwijfeld meer en meer de vruchten kunnen plukken van onze inspanningen en ons programma verder kunnen uitbouwen.“

Welk aspect van uw beroep boeit u het meest?

Levenslang leren is mijn motto als het om inclusief onderwijs voor kinderen met een beperking gaat. Deze benadering is nieuw in mijn land en ik denk dat wij, met de tijd, kunnen bijdragen tot de volle ontplooiing van het concept. Ik heb, als opvoeder, de begeleiding van kwetsbare kinderen steeds als een prioriteit beschouwd.”

 

Frédéric en schoolkinderenFoto: © Dieter Telemans.